Omgaan met Autoriteit

Onlangs gaf ik een kennismakingsworkshop opstellingen aan een groep mannelijke TU studenten.

De middag begon met een maaltijd. Ik zat aan het hoofd van de tafel, verwonderd, genietend, dankbaar, waar ik nu toch weer terecht gekomen was.
Dat en de manier waarop de jongemannen met elkaar omgingen deed me denken aan de tijd dat ik in Culemborg werkte met Marokkaanse en Molukse jongemannen.

Het deed me realiseren hoe ‘gemakkelijk’ ik werk met (een groep) jongemannen en hoe leuk ik het vind om dat te doen.

Twee jaar geleden gaf ik de volgende redenen voor dit ‘succes’.
# Ik had geen oordeel naar de jongemannen, ik kon ze zien zoals ze waren, zoekend in het leven. Juist die jongemannen zijn, in alle afwijzing die ze in hun leven (hebben) ervaren, erg gevoelig daarvoor, dus als je iemand treft die werkelijk geen oordeel heeft, is er vertrouwen.
# Ik was net ‘oud’ genoeg om op leeftijd respect te krijgen en jong genoeg om met ze mee te kunnen praten over sommige dingen.
# Ik had toen al, en nu nog meer, een in mijzelf gewortelde stevigheid, waardoor duidelijk was dat er geen loopje met me genomen kon worden (hoewel dat natuurlijk toch wel geprobeerd werd).
# en last but not least: ik begrijp ‘als vrouw’ de buitenspelregel en snap ook verder nog wat van voetbal. Dan krijg je pas echt respect :-).

 

Inmiddels 2 jaar en vele opstellingen later realiseer ik me dat er nog een reden is:
Ze komen met mij als Nederlandse vrouw niet in een autoriteitsconflict én niet in een intern cultuurconflict.

Opstelling technisch gezien is autoriteit gekoppeld aan de vaderlijn en dus aan mannen.
Aangezien ik een vrouw ben, kunnen ze dit niet op/met mij uitspelen/uitwerken.

Daarnaast werkt autoriteit in ‘wij’ culturen anders dan in onze Nederlandse ‘ik’ cultuur.
De 2e generatie jongeren groeit thuis op met de ‘wij’ cultuur en op school en in de maatschappij met een ‘ik’ cultuur.
Dat is te doen voor ze, als de scheiding binnenshuis en buitenshuis duidelijk blijft, maar als er buitenshuis (in een leer/werkproject of in een buurthuis of …) iemand van de eigen cultuur gaat begeleiden, ontstaat er verwarring welke normen en waarden er gelden. Die uit de ‘wij’ cultuur of die uit de ‘ik’ cultuur.

Ik heb gezien hoe de Marokkaanse praktijkbegeleiders erg zoekende zijn geweest hoe hiermee om te gaan. Zoekende in autoritair, amicaal, de baas, een van ons, de leraar, en ook nog zoekende tussen de eeuwenoude conflicten tussen Berbers en Arabieren.
Gedoe gaf het, zonder dat ik er de vinger op kon leggen en nu snap ik pas dat het hiermee te maken heeft gehad. En ook hier bleef ik zelfs dus buiten, als Nederlandse.

Eigenlijk was er dus voor mij, als Nederlandse vrouw, minder kans op mislukken omdat er minder kans was om in gedoe terecht te komen.
Dat betekent natuurlijk niet dat (allochtone) mannen niet met (allochtone) jongeren/jongemannen moeten werken.
Sterker nog: Als de begeleiders weten waar en hoe ze zelf staan tav autoriteit, en voor allochtone begeleiders, leven in twee culturen en hoe ze er zelf mee om gaan in combinatie met de bovenstaande kennis, kan het juist een meerwaarde geven.
Dan kunnen ze de jongeren/jongemannen leren op een ‘gezonde’ manier om te gaan met autoriteit en ze leren om de normen en waarden van de ‘wij’ cultuur met die van de ‘ik’ cultuur te integreren, zodat het ondersteunend werkt ipv verwarrend.

Hier ligt dus een kans.
Wie pakt de handschoen op?

 

Wil je meer weten over dit onderwerp of wil je er zelf in onderzoeken? Neem gerust contact met me op.

En nieuwsgierig naar hoe de middag met de TU studenten verliep? Lees dan mn nieuwsbrief.