Moeders in andere culturen

Al sinds ik met mensen werk ben ik geïnteresseerd in de mens en wat hem beweegt om te doen wat hij doet en wat gemaakt heeft dat hij is zoals hij is.

Zo ook, toen ik in 2009 met allochtonen begon te werken, was er een fascinatie in mij om de mens te snappen.
En daarvoor had ik meer informatie nodig van de cultuur, het land van herkomst, de geschiedenis van het land van herkomst. Vele boeken heb ik gelezen, vele gesprekken gevoerd, vooral met Marokkaanse jongeren die deelnamen aan het project dat ik toen begeleidde. En toen ik ook nog meer ging ‘snappen’ van de systemische wetten in het algemeen en die op deze opgedane kennis toepaste, werden er dingen dieper duidelijk, onbewuste dynamieken zichtbaarder.

De meest zichtbare dynamiek is die tussen het oude moederland (land van herkomst) en het nieuwe vaderland ( in dit geval Nederland).
Deze dynamiek speelt in de mens zelf en in de familiedynamiek, minimaal tot 4 generaties door, mogelijk wel tot 7 generaties.

Dat betekent dat zelfs als iemand uit de 3e generatie, hier geboren en getogen, zich thuis voelt in het vaderland, hij er, vaak onbewust, last van kan hebben dat zijn ouders of grootouders zich niet (volledig) thuis voelen.

Binnen deze moederland/vaderland dynamiek zit er weer een groot verschil in soorten verstrikkingen tussen mensen die ooit (op onze uitnodiging) als gastarbeider hier gekomen zijn, mensen die een oorlog ontvlucht zijn of om religieuze of politieke overtuigingen gevlucht zijn, mensen die om economische reden hun moederland verlaten hebben of  bijvoorbeeld mensen die de liefde gevolgd zijn of geadopteerd zijn.
Dan zijn er wezenlijke verschillen in het opgroeien en opvoeden in een ‘wij’ cultuur of in een ’ik’ cultuur. Waaronder het omgaan met autoriteit: zie ook eerdere blogs daarover.

Maar een heel interessant nieuw inzicht kreeg ik door een alinea in een boek wat ik onlangs las[1].

‘In samenlevingen waar de vrouw geen zichtbare plaats inneemt, neemt de onzichtbare macht over haar kinderen toe.
De netten die moeders om hun zonen spinnen zijn zo fijnmazig dat de mannen hun hele leven lang moeten vechten om zich eraan te ontworstelen’.

‘Wanneer ze zich op de drempel naar hun volwassen leven losmaken, gaat dat vaak meedogenloos en verliezen de jongens een stukje menselijkheid’.

Naast de afwezige vaders en daardoor verloren zonen[2] en de vaders die niet weten hoe ze hun zonen in het gareel moeten houden als ze niet mogen slaan, is dit nieuw aspect in de complexe problematiek van de Marokkaanse jongeren in Nederland.

En het geeft een mogelijkheid tot een nieuwe interventie. Met als ingang de huidige Marokkaanse, inmiddels doorgaans goed opgeleide, moeders.
Zoals veel moeders zijn velen van hen vermoedelijk ook zoekende in hoe je kinderen op te voeden, welke waarden je ze mee geeft vanuit je familie en cultuur en welke waarden oud zijn en niet meer dienen in deze tijd.
Deze moeders ondersteunen in dit bewustwordingsproces en in het onderzoek ‘hoe doe je dat nu’, is een uitgelezen kans om voor nieuwe generatie een ander uitgangspunt te geven dan de huidige.

 

Een paar dagen na dat ik dit schreef viel me in dat ik dit al eerder geopperd heb, maar zonder de ‘kennis’ van het citaat.
Twee zomers geleden verving ik tijdelijk de coördinator van een sociaal activering centrum. Daar waren meerdere groepen allochtone vrouwen actief oa. met Nederlandse taal, met een handwerk groep. De structuur lag al klaar om met deze vrouwen te praten over het verschil van leven in Nederland en hun geboorte land, de verschillen in opvoeding, in het huwelijk, in hoe mensen, familie, buren met elkaar omgaan. Om zo zicht te krijgen op de mooie dingen en de minder mooie dingen van beide culturen en dan het beste uit beiden te nemen.

Toen ik dat voorstelde bij een ambtenaar die daarover ging, kreeg ik als antwoord: Met zo’n project is het niet mogelijk om op korte termijn zichtbare resultaten te behalen. Dus is de politiek niet geïnteresseerd om hierin te investeren.
Dat gaf mij toen ook nieuw, wel pijnlijk, inzicht in de tekortkomingen van onze vrije westerse democratie.

Toen heb ik het laten rusten, maar nu komt het dus weer langs, aangeraakt door het boek. Het is blijkbaar tijd om de moeders/vrouwen op te nemen in de interventies om wat de doen aan de complexe problematiek van allochtone/Marokkaanse jongeren. Ten behoeve van de volgende generatie. Wie durft geld uit te geven aan een lange termijn visie?

Ik ga het graag aan!

Annemieke van der Mooren
Utrecht, 17 juni 2014


[1] De nachtwandelaar; Marianne Frederikson

[2] Afwezige vaders, verloren zonen; Guy Corneau